Bedrag van het mobiliteitsbudget: wettelijk kader in 2025
Sinds de invoering van het mobiliteitsbudget in België omkadert de wet strikt de bedragen die aan dit stelsel kunnen worden besteed. Het mobiliteitsbudget wordt bepaald op basis van de TCO (Total Cost of Ownership) van een bedrijfswagen, en het moet de jaarlijks door de indexering vastgestelde plafonds en minima naleven. In 2025 zijn de bedragen de volgende:
Het minimumbedrag van het mobiliteitsbudget is vastgesteld op 3 233 euro per jaar. Als de berekende TCO lager is dan deze drempel, wordt het mobiliteitsbudget automatisch tot dit minimum opgetrokken.
Het toegelaten maximumbedrag komt overeen met het laagste van de volgende twee bedragen:
20 % van het totale jaarlijkse brutoloon van de medewerker,
17 244 euro per jaar. Deze bedragen zijn van toepassing op het jaarbudget dat in het kader van het mobiliteitsbudget wordt toegekend en worden gecontroleerd bij de implementatie in RewardFlex.
Wat is de TCO?
De TCO, of Total Cost of Ownership, is een raming van de totale jaarlijkse kost die de werkgever draagt om een bedrijfswagen ter beschikking te stellen. Het gaat niet enkel om de leasing of de aankoop van het voertuig, maar om het geheel van de kosten verbonden aan het gebruik ervan. De TCO dient als berekeningsbasis voor de omzetting van het wagenvoordeel in een mobiliteitsbudget. Deze raming moet zorgvuldig worden uitgevoerd, want ze bepaalt het bedrag van het mobiliteitsbudget. De wet erkent verschillende niveaus van granulariteit in de definitie van de TCO, naargelang men een eenvoudige, gestandaardiseerde of uiterst gedetailleerde benadering hanteert.
De verschillende types TCO
💶 TCO 1️⃣ – Vereenvoudigde TCO
De TCO 1 is een basisversie of vereenvoudigde versie, soms gebruikt in interne simulators of vergelijkers. Hij is niet conform met de wetgeving op het mobiliteitsbudget omdat hij slechts een deel van de werkelijke kosten in aanmerking neemt. Wat de TCO 1 omvat:
De maandelijkse huur van het voertuig (leasing of langetermijnverhuur)
De kosten voor onderhoud, banden, herstelling en vervanging
De verkeersbelasting
De niet-recupereerbare btw op de gefactureerde bedragen
De werkgevers-CO₂-bijdrage aan de RSZ
De brandstof- en/of elektriciteitskosten
💶 TCO 2️⃣ – De volledige fiscale visie (te gebruiken voor het Mobiliteitsbudget)
De TCO 2 voegt een fiscale dimensie toe aan de TCO 1 door de verworpen uitgaven te integreren, dat wil zeggen de bedragen die fiscaal niet aftrekbaar zijn in het kader van de vennootschapsbelasting of de personenbelasting. Wat de TCO 2 toevoegt aan de TCO 1:
De belasting op de verworpen uitgaven, met name:
De niet-aftrekbare autokosten (verzekeringen, onderhoud, enz.)
De brandstofkosten (aftrekbaarheid beperkt tot 50 % voor PHEV's sinds 2023)
Het voordeel van alle aard (VAA) gegenereerd door de terbeschikkingstelling van het voertuig
De toepasselijke fiscaliteit volgens het fiscale aftrekbaarheidspercentage van het voertuig (onder meer gebaseerd op de CO₂-uitstoot ervan) Waarom is de TCO 2 cruciaal? Deze berekening laat toe de fiscale impact en de werkelijke kosten die de onderneming draagt te anticiperen. Het is de enige versie die erkend is om een conform mobiliteitsbudget te berekenen, met name in tools zoals RewardFlex.
💶 TCO 3️⃣ – De geoptimaliseerde benadering
De TCO 3 is nog verder doorgedreven. Hij houdt rekening met de fiscale besparingen die door de aftrekbare uitgaven worden gegenereerd, naast de verschuldigde belastingen op de verworpen uitgaven. Wat de TCO 3 daarenboven omvat:
Alle elementen van de TCO 2
Min de belastingbesparingen die voortvloeien uit:
De gedeeltelijke of volledige aftrekbaarheid van de auto-, brandstof- en CO₂-kosten
De voordelen verbonden aan elektriciteit (100 % aftrekbaar) Voordeel van de TCO 3: Hij geeft op zeer fijne wijze de netto-impact na fiscaliteit weer. Hoewel minder courant, wordt deze berekening gewaardeerd door leasingmaatschappijen of ondernemingen met een sterke boekhoudkundige gevoeligheid, want ze laat toe het fiscale rendement van de voertuigkeuze nauwkeurig te meten.
Hoe berekent u de TCO in het kader van het mobiliteitsbudget?
💶 Stap 1 – Kiezen wat u wenst: een gedifferentieerde TCO per werknemer of een identieke TCO per categorie?
Voordat een mobiliteitsbudget voor een medewerker wordt berekend, moet de werkgever een benadering voor de berekening van de TCO kiezen. Deze keuze is structurerend, want ze zal daarna collectief moeten worden toegepast op alle werknemers van eenzelfde categorie.
⚙️ Optie 1: Identieke TCO per categorie
De TCO wordt eenmaal voor elke functiecategorie bepaald, door gebruik te maken van:
Een standaard typewagen
Of een gemiddelde van de werkelijke TCO's van de wagens van deze categorie
✅ Voordelen
Tijdwinst en coherentie in de verwerking
Standaardisering van de regels
Ideaal voor kmo's of grote homogene teams
⚠️ Nadelen
Minder gepersonaliseerd (een zeer mobiele of zeer honkvaste medewerker kan erbij verliezen of winnen)
Moet rigoureus worden gerechtvaardigd en gedocumenteerd
⚙️ Optie 2: Gedifferentieerde TCO
De TCO wordt specifiek voor elke medewerker berekend op basis van zijn huidige wagen of de wagen waarop hij recht heeft en vooral rekening houdend met zijn persoonlijke benzineverbruik.
✅ Voordelen
Geeft de werkelijke situatie van de medewerker getrouw weer
⚠️ Nadelen
Administratief zwaarder (meervoudige en nauwkeurige berekeningen)
Verschillende TCO's tussen de werknemers van eenzelfde categorie —> complexere opvolging
Mindere voorspelbaarheid op financieel vlak want afhankelijk van elke individuele situatie 🚘 Referentiewagens gebruiken: een hefboom voor vereenvoudiging en coherentie Wanneer een werkgever een mobiliteitsbudget invoert, moet hij het bedrag van dit budget (TCO) berekenen voor elke betrokken werknemer. In principe is deze berekening individueel, gebaseerd op het voertuig dat daadwerkelijk ter beschikking wordt gesteld of waarop de werknemer recht zou hebben. De wetgeving laat echter een alternatief toe: het gebruik van een “referentiewagen” per functiecategorie. 🧭 Waarom een referentiewagen gebruiken? Het doel is de administratie te vereenvoudigen en een grotere billijkheid te verzekeren tussen vergelijkbare werknemers. In plaats van te steunen op de vaak heterogene historiek van de wagentoekenningen (vaak het geval in kmo's), bepaalt de werkgever een TCO op basis van de gemiddelde TCO's van de voertuigen van elke homogene werknemersgroep (bv.: commerciële functies, IT, managers…). Dat laat toe om:
De berekening van het mobiliteitsbudget (TCO) te standaardiseren
De ongelijkheden verbonden aan vroegere individuele akkoorden te vermijden
De toepassing van een forfaitaire of werkelijke berekening te vergemakkelijken zonder de autokosten wagen per wagen te moeten reconstrueren
Zich voor te bereiden op de eventuele veralgemening van het mobiliteitsbudget naar alle werknemers met een bedrijfswagen (verwacht vanaf 2026) ⛽ En de brandstofkosten? In het geval dat de werkgever beslist om een identieke TCO per functiecategorie te bepalen, kan de werkgever eveneens een referentiebrandstofbudget per functiecategorie vaststellen (gemiddelde van de interne verbruiken). 🧠 Eenmaal de benadering gekozen, moet ze gedurende 3 jaar uniform worden toegepast voor alle betrokken werknemers.
💶 Stap 2 – De TCO berekenen volgens de gekozen benadering
Het mobiliteitsbudget van een werknemer wordt berekend op basis van de wagen waarop de werknemer recht heeft op het moment van de omzetting:
Als de omzetting plaatsvindt op het einde van de leasing, is het de nieuwe wagen voorzien voor de werknemer die het budget bepaalt.
Als de werknemer nog geen wagen heeft, is het de wagen waarvoor hij in aanmerking komt die als referentie dient voor de berekening van het budget.
Als de wagen vóór het einde van de leasing wordt teruggegeven, is het de wagen die de werknemer momenteel gebruikt die als berekeningsbasis dient. Naargelang de verschillende mogelijke scenario's, hier zijn de berekeningsmethoden van de TCO:
📌 1. Als u gekozen hebt voor een collectieve benadering gebaseerd op een identieke TCO per categorie
De TCO is dan dezelfde voor alle medewerkers van eenzelfde functiecategorie.
🚗 1.1 — Een referentiewagen per functiecategorie bepalen
Om een referentie-TCO te bepalen, zal de werkgever het gemiddelde van de werkelijke TCO's moeten berekenen van de wagens die momenteel aan een bepaalde categorie zijn toegekend. Deze referentie-TCO zal dienen om het jaarlijkse bruto mobiliteitsbudget van alle medewerkers van deze functie te berekenen. 🔄 Deze benadering streeft naar coherentie, billijkheid en administratieve eenvoud.
⛽ 1.2 — Een gestandaardiseerd brandstofbudget bepalen
Wanneer men een identieke referentiewagen gebruikt voor een functiecategorie, is het eveneens mogelijk (maar niet verplicht) om een referentiebrandstofbudget te bepalen, in plaats van rekening te houden met de werkelijke woon-werkverplaatsingen van elke medewerker.
Dit brandstofbudget zal dan worden geforfaitiseerd op basis van het gemiddelde van de werkelijke verbruiken waargenomen voor deze functiecategorie in de onderneming. ⚠️ Belangrijk: dit referentiebrandstofbudget dient enkel om de TCO te berekenen in het kader van de invoering van het mobiliteitsbudget. Maar in pijler 1 van het mobiliteitsbudget (milieuvriendelijke wagen) zullen de brandstofkosten die de werknemer werkelijk maakt in aanmerking worden genomen op het moment van de uitgave.
📝 1.3 — Concreet voorbeeld
Categorie: « Commerciële vertegenwoordigers »
Wagen van de categorie: Peugeot 3008 benzine of Renault Australe Hybride
Werkelijk waargenomen gemiddelde TCO: 9 400 €/jaar
Referentiebrandstofbudget (intern gemiddelde): 1 500 €/jaar ➡️ Het mobiliteitsbudget toegekend aan elke medewerker van deze funct ie is vastgesteld op 10 900 € (onder voorbehoud van de naleving van de wettelijke plafonds).
📌 2. Als u gekozen hebt voor een gedifferentieerde TCO-berekening
Twee mogelijke berekeningsmethoden:
2.1 — Forfaitaire methode
Deze methode is gebaseerd op wettelijke formules vastgesteld door een koninklijk besluit. Ze bestaat uit twee delen: een vast bestanddeel en een variabel bestanddeel. 2.1.1 — Vast bestanddeel: Optelling van de volgende elementen:
Jaarlijkse kost van het voertuig 💡In geval van leasing: jaarlijkse huur- of leasingkost + de gemiddelde jaarlijkse kost van alle kosten niet inbegrepen in het huur- of leasingcontract (als het bedrijfswagenbeleid in de financiering ervan voorziet) + niet-aftrekbare btw + belasting op de niet-aftrekbare autokosten 💡In geval van aankoop van de wagen: de cataloguswaarde van het voertuig (met inbegrip van de belasting op het niet-aftrekbare deel van deze cataloguswaarde) x 25 %
Werkgevers-CO₂-bijdrage Deze kosten moeten op realistische wijze worden geraamd op basis van de car policy of de geldende contracten. 2.1.2 — Variabel bestanddeel: Het dekt de brandstofkosten verbonden aan het persoonlijke gebruik van het voertuig, berekend volgens een forfaitaire formule: `` (6 000 km + [woon-werkafstand × 2 × 200 dagen]) × 0,1335 €/km ``
6 000 km: forfaitaire raming van de jaarlijkse persoonlijke verplaatsingen (wettelijk bedrag)
0,1335 €/km: komt overeen met 30 % van het bedrag van de openbare kilometervergoeding (geldig vanaf 1 juni 2025) 2.1.3 — Becijferd rekenvoorbeeld Context:
Wagen: Peugeot 308 diesel in leasing
Leasing: 450 €/maand
Bijkomende kosten (wassen, banden, verzekering): 75 €/maand
Geraamde niet-recupereerbare btw: 900 €/jaar
CO₂-bijdrage: 1 100 €/jaar
Woon-werkafstand: 20 km Forfaitaire berekening:
Vast deel: (450 + 75) × 12 = 6 300 € + 900 + 1 100 = 8 300 €
Variabel deel: (6 000 + 20×2×200) × 0,1335 = 14 000 × 0,1335 = 1 869 €
Totale TCO = 10 169 €
2.2 — Methode op basis van werkelijke kosten
Deze methode steunt op de werkelijke en geverifieerde gegevens van de onderneming. De TCO komt overeen met het gemiddelde van de werkelijk gemaakte kosten voor de bedrijfswagen over de laatste 4 jaar (of sinds de datum van indienststelling indien < 4 jaar). 🧾 Kostenposten op te nemen in de berekening:
Leasing of afschrijving
Bij aankoop: 20 % van de aankoopwaarde per jaar
Bij leasing: jaarlijkse huur × duur van het contract
Brandstof- of elektriciteitskosten
Totaal van de jaarlijkse facturen, brandstofkaarten, laadpalen
Verzekering
Jaarlijkse premie betaald door de werkgever (BA + omnium)
Onderhoud en herstellingen
Garagefacturen, vervanging van onderdelen, technische keuringen
Banden en carwash
Vervanging + regelmatige schoonmaakdiensten
Belastingen
Inverkeerstelling, verkeer, vignet
CO₂-bijdrage RSZ
Bedrag gestort door de werkgever aan de RSZ
Niet-recupereerbare btw
Niet-aftrekbaar deel op het geheel van bovenstaande uitgaven
Gebruikelijk tarief geraamd tussen 35 % en 50 %, te berekenen volgens professioneel/privégebruik
Diverse kosten
Parking, laadpalen thuis (indien ten laste van de werkgever), pechverhelping
2.3 — Af te trekken van de TCO:
Persoonlijke bijdrage van de medewerker (in voorkomend geval) → Welke methode ook wordt gekozen, als de werknemer een maandelijkse bijdrage betaalt (bv. 100 €/maand), vertegenwoordigt dat een vermindering van 1 200 € op de jaarlijkse TCO.
2.4 — Professionele verplaatsingen: moeten ze in de TCO worden geïntegreerd?
Bij de berekening van de TCO voor het mobiliteitsbudget stelt zich een sleutelvraag: moet ik de kosten verbonden aan professionele verplaatsingen in mijn berekening opnemen? De integratie van de professionele verplaatsingen (bv.: klantenbezoeken, verplaatsingen tussen vestigingen, externe vergaderingen) in de TCO is niet verplicht. De werkgever kan beslissen om ze al dan niet op te nemen of niet in de berekening van het mobiliteitsbudget. Twee mogelijke scenario's: 1️⃣ Als u deze verplaatsingen niet integreert in het vaste bestanddeel van de TCO:
Ze moeten buiten het mobiliteitsbudget worden terugbetaald
De werknemer kan dan een vrijgestelde kilometervergoeding ontvangen, volgens de geldende fiscale plafonds, of genieten van de terugbetaling van zijn uitgaven voor professionele verplaatsing 2️⃣ Als u de professionele verplaatsingen integreert in het vaste bestanddeel van de TCO:
Ze zijn gedekt door het globale mobiliteitsbudget
De werknemer ontvangt geen vrijgestelde kilometervergoeding of terugbetaling van uitgaven afzonderlijk voor deze verplaatsingen
💰 FAQ – Welke situaties hebben een impact op het bedrag van het mobiliteitsbudget van een werknemer?
💰 1. Herziening van het mobiliteitsbudget
Moet het budget elk jaar opnieuw worden geëvalueerd?
Neen. Het mobiliteitsbudget hoeft niet te worden aangepast in geval van een eenvoudige indexering of een eenmalige wijziging van het brutoloon.
Het budget wordt enkel herzien als de werknemer:
Van functie verandert,
Een promotie krijgt,
Overgaat naar een andere voertuigcategorie.
Evolutie ten gevolge van een functiewijziging
Het bedrag kan evolueren als de functie of de voertuigcategorie verandert.
De aanpassing van het budget gaat in vanaf de 1e dag van de maand van de wijziging.
🔄 2. Deeltijds
Deeltijdse werknemers
Voor de berekening van het plafond van 20 % van het jaarlijkse brutoloon van een deeltijdse werknemer baseert men zich op het voltijdse brutoloon.
Als de overgang naar deeltijds plaatsvindt na de intrede in het systeem, blijft het bedrag van het budget ongewijzigd.
Bijzonder geval
Als de overgang naar deeltijds het verlies van het recht op een wagen met zich meebrengt volgens het bedrijfsbeleid:
Het mobiliteitsbudget eindigt.
Als het recht behouden blijft met persoonlijke bijdrage, dan:
Kan de werkgever het budget verminderen, indien dat contractueel voorzien is en op gelijke wijze op iedereen wordt toegepast.
🔄 3. Indexering & impact van de openbare barema's
Indexering van het mobiliteitsbudget
Er bestaat geen wettelijke verplichting om het budget te indexeren.
De werkgever kan zijn eigen indexeringsformule voorzien, indien:
Ze coherent is tussen werknemers,
Ze de grenzen van de sectorale index naleeft,
Ze geformaliseerd is (individueel of collectief akkoord).
Een negatieve indexering kan worden opgelegd indien gekoppeld aan een eigen objectieve index.
Openbare barema's
Openbare kilometervergoeding
Het toepasselijke bedrag is dat wat van kracht is op de datum van de aanvraag van de werknemer.
Geen enkele retroactieve wijziging van het mobiliteitsbudget is vereist.
CO₂-solidariteitsbijdrage
Ze heeft geen impact op de initiële berekening van het mobiliteitsbudget.
Ze kan enkel bepaalde uitgaven van pijler 1 beïnvloeden.
🚗 4. Wagen- en mobiliteitsbeleid
Wijziging van het wagenbeleid
Een nieuw intern beleid (bv.: kleinere modellen, overstap naar elektrisch):
Heeft geen impact op de werknemers die al in het systeem zitten.
Is enkel van toepassing op de nieuwe intredes (nieuwe medewerkers of vernieuwing van het recht).
De werkgever kan de bestaande mobiliteitsbudgetten niet eenzijdig wijzigen door de car policy aan te passen.
🔄 5. Verhuis
Verhuis van de onderneming of van de werknemer
Het bedrag van het mobiliteitsbudget blijft ongewijzigd.
De wijziging kan de eligibiliteit voor bepaalde uitgaven van pijler 2 beïnvloeden (bv.: terugbetaling van een huur of van leningsintresten).